donderdag 20 november 2014

IJmuiden revisited

Donderdag 13 november 2014: zal ik naar de zeldzame Bonte tapuit in Zoeterwoude? Ja, ik ben daar gek. Het is prachtig zonnig, en wat is er dan leuker dan een wandeling op de pier van IJmuiden. Een retorische vraag. Met mijn nieuwe camera ga ik op pad.
De luchtmacht is volop aanwezig daar waar hij hoort te zijn, in de lucht zie ik een oud model grijs vliegtuig en een hipper model helikopter. Er zijn mensen zichtbaar achter de raampjes. Vlak voor de ingang van de jachthaven zit de Kuifaalscholver zich te krabben, simultaan met de gewone Aalscholver. Geen kuif te zien want het is geen broedseizoen. Een Zilvermeeuw laat keer op keer vanuit de hoogte een schelp vallen, in de hoop dat hij hem daarna kan kraken en een Winterkoning protesteert tegen mijn aanwezigheid. Ik vind het nog altijd vreemd een Winterkoning of Roodborst aan te treffen op de grens van zout water, maar zelf vinden ze kennelijk wat ze zoeken.
Aan de voet van de duintjes scharrelt een vogel, een Tapuit. Voorzichtig nader ik en maak veel foto's met in het achterhoofd het idee dat het misschien een bijzondere tapuit is, wat later niet zo blijkt te zijn, maar dat weet ik op dat moment niet omdat mijn kennis niet toereikend is.
Plat op zijn buik fotografeert een nogal natte man een groep Drieteenstrandlopers bij de waterlijn. Merkwaardig toch altijd dat de drieteentjes het liefst op één poot opereren. Ze staan op één poot, ze lopen vaak met één poot en gaan met het hupje van één poot op de wieken. Alleen bij het foerageren gebruiken ze er twee, dan zie je ze zich hun benen uit de broek rennen.
Op de pier kom ik bekende R. tegen die er net als ik vaak rondkijkt. Hij vertelt dat er een Kleine burgemeester zit die bijna uit de hand eet. Voorbij de bocht kom ik hem inderdaad tegen, een weinig schuw beest dat zich gewillig laat fotograferen. Op de punt van de pier vertelt een man met camera mij monkelend dat iemand hem attent maakte op de aanwezigheid van een burgemeester, waarop hij vroeg of dat dan de burgemeester van Velsen was. Hij was ten onrechte versleten voor vogelaar. Twee mannen turen naar de overkant, de Noordpier, er vliegt een Kleine jager die helaas in de komende dertig minuten niet in de buurt van de Zuidpier komt. Op een halve kilometer afstand zie ik hem aanvallen ondernemen op meeuwen die kennelijk net hebben gegeten. Het is zijn bedoeling dat ze de vis opbraken, dan kan hij er zelf mee vandoor.
Ik deel mijn kennis van een af en toe langsvliegende Drieteenmeeuw en krijg als ruil het verhaal van een Bonte kraai die nog altijd in IJmuiden zit, plus de navigatiegegevens. Na nog enig oponthoud bij de nu vissende Kuifaalscholver rijd ik naar het bedoelde plantsoen, parkeer de auto, stap uit en sta oog in oog met de Bonte kraai. Zo snel heb ik nog nooit een vogel gevonden.



Aalscholver, Kuifaalscholver, Zilvermeeuw


Winterkoning
Zilvermeeuw laat schelp vallen
Graspiepers

Roodborst
Tapuit

 
Drieteenstrandloper
Scholekster
Kleine burgemeester links


Roodkeelduiker
Kleine jager (de donkere vogel) valt meeuw aan


Drieteenmeeuw
Kuifaalscholver
Bonte kraai




zondag 16 november 2014

Een roestplaats vol Ransuilen

Vrijdag 17 oktober 2014: als we het pleintje op komen rijden zie ik er al een paar als silhouet in een boom zitten: Ransuilen. Voor de bewoners van het plein zijn het dagelijkse vogels, ze horen er helemaal bij. Vogelliefhebbers zoals mijn maatje kunnen er geen genoeg van krijgen. We stappen uit en hebben geen haast onze camera's in te stellen, de uilen blijven toch wel zitten. Als ik het pleintje rondloop en alle bomen inspecteer tel ik er negen, ze zitten soms erg verborgen tussen de bladeren.  Het is alweer drie jaar geleden dat ik hier voor het eerst en het laatst was. Aan het begin van elk nieuw jaar zijn de uilen altijd weer verdwenen.
Op ons rondje Waverhoek, een plas-dras gebied, horen we Baardmannetjes. Ik vind een Kleine vuurvlinder in de regen. Omdat we erg geduldig wachten en goed opletten lukt het me een paar Baardmannetjes, Baardmezen zegt mijn maatje, op de foto te zetten, ze waaien haast uit beeld.
Een jagende Slechtvalk vliegt hoog over.

Ransuil






Kleine vuurvlinder
Baardmannetje


Slechtvalk

Aaibare Kwak

Maandag 25 augustus 2014: nu ik dan toch in Bloemendaal ben wandel ik naar de vijver waar een jonge Kwak zich nu al een dag of veertien ophoudt. Hij loopt rond de vijver op zoek naar beweging onder het kroos en vliegt terwijl ik naar een Blauwe reiger kijk over het water naar de andere kant. Jammer, net gemist. Een hondenbezitter weet van alles over hem te vertellen en het volgende vind ik in de Vaderlandsche letteroefeningen:

Natuurlyke historie van den kwak.

(Volgens den Heer de Buffon.)

De Kwak heet in 't Latyn Nycticorax, in 't Hoogduitsch Nacht-rab, in 't Engelsch Nigt-raven, in 't Fransch Bihoreau. De naam van Nagtraaf schynt deezen Vogel ge-
geeven naar het vreemde gekras, of liever het schriklyk en droevig geluid, 't welk hy nagts slaat: want dit is de eenige overeenkomst, welke de Kwak met een Raaf heeft: in gedaante en houding gelykt hy na den Reiger; doch verschilt van denzelven hierin, dat hy veel dikker en gevoeder Hals, veel grooter Kop, en een min scherpen Bek hebbe, ook is hy veel kleinder, slechts omtrent twintig duimen in de langte haalende.
.....
Over dag houdt de Kwak zich verborgen, en komt met het vallen van den avond eerst te voorschyn, wanneer hy zyn onbevallig geluid Ka, Ka, Ka laat hooren, 't welk Willughby vergelykt by 't geluid 't welk iemand slaat als hy moet braaken.

jonge Kwak





Blauwe reiger

woensdag 12 november 2014

Zonnebril, muts en wanten voor de Grote pieper

Dinsdag 11 november 2014: half 9: een zak Twixen ligt klaar voor Sint Maarten, en ik laat een vriendin weten dat ik naar buiten ga en niet ga sporten. Zonnebril op en recht tegen de zon in. Op de Zeeburgerdijk gaat de bril af en mijn muts op. Gelukkig heb ik mijn wanten al aan, want de mist is koud. Op de Schellingwouderbrug vraag ik me af waarom ik dit doe, het zicht is misschien tweehonderd meter. Bij de kleine rotonde staan vier politiewagens, met een sliert auto's op de weg uit Noord. Er scheurt een auto langs me heen, Waterland in. Hij moet er vast niet zijn.
Op de eerste de beste leeggehaalde akker zie ik maar liefst zeven Fazanten, mannetjes. Langzaam peddel ik richting Zunderdorp, ik moet in de Volgermeer zijn, een afgedekte gifbelt waar natuur zonder bomen ligt. Een Blauwe reiger heeft beet, een flinke voorn geloof ik. Groepen ganzen grazen de weilanden leeg, ertussenin tientallen Wulpen. Ver weg in de mist zit een Buizerd op een hek, als hij gaat vliegen gaan honderden Kieviten de lucht in. Op de foto zie ik dat hij een merkwaardig uitgegroeide snavel heeft.
Op de ruige vlakte van de Poppendammerweeren, wat een prachtige naam, ga ik op het enige bankje zitten, in de mist en de wind maar op de top van de heuvel, en maak koffie. Af en toe hoor ik gepiep, en ik speel de roep van de Grote pieper nog eens af, om in te prenten. Lager dan de Graspieper, maar wat ik hoor zijn Graspiepers. Als ik de heuvel afloop verschijnt er een jagende Torenvalk, bij een zoveelste duik heeft hij beet, een veldmuis. Terug bij het bankje zie ik een bekende opdoemen. We wachten op de Grote pieper en hebben het koud. Als hij vertrekt begint de zon door te breken. Ik blijf, want ik wil een bewijsplaatje van het beestje dat wij door zijn geluid als Grote pieper definieerden.
Samen met een hernieuwde bekende struin ik de buurt af. We zien de Grote pieper, maar in tegenlicht. Inmiddels is de lucht blauw. Een volgende poging in dit waterrijke gebied levert nog twee Roodborsttapuiten op maar na zes uur buiten wil ik naar huis. De pont van de Meeuwenlaan komt op een andere plaats bij het CS aan, het aanleggen duurt lang.
De zak met Twixen is niet aangebroken.


Fazant

Blauwe reiger met voorn


Buizerd in mist





Wulpen in de mist
duikende Torenvalk

prooi is een veldmuis



Brandganzen
Grote pieper
Roodborsttapuit

Roodborsttapuit heeft insekt