woensdag 25 februari 2015

Pestvogels

Woensdag 25 februari 2015: een kwartiertje in de auto en ik ben er, bij de pestvogels. Ze zitten in de kale kruin van een boom en maken belletjesgeluiden. Een mevrouw uit Badhoevedorp is er al drie uur en kan vertellen waar ze vaak zitten. Ik wacht af. Buienradar heeft nog wat zon beloofd maar dat duurt nog even en in de tussentijd maak ik alvast foto's van merel en huismus. En van het groepje pestvogels. Opeens schichten ze alle zeven tegelijk weg, uit zicht. Ik kijk even op en ben net op tijd om een wijfje sperwer te zien langsvliegen, op zoek naar een hapje. Tien minuten later ontwaar ik een pestvogel in de top van een boom honderd meter verderop, hij vliegt even later verder over de achtertuinen van een paar huizenblokken. Als ik hem gevolgd ben hoor ik belletjes in de straat die genoemd is naar Martinus Nijhoff, ik vraag me af of die ooit over pestvogels heeft gedicht. De vogels eten zich rond aan de sierappeltjes die eruit zien als kersen. En dan schijnt de zon.

Huismus

Merel
Pestvogels


Sperwer















Liedje

Er staat in mijn hart een boompje gegroeid,
De wortels zijn bloedig rood,
Maar de bloesems zijn, als het boompje bloeit,
Sneeuwwit langs de tengere loot.

's Nachts droom ik van vogels en laaiend vuur
En hoor verward gekras,
Maar een lied rijst in het morgenuur
Als een feniks uit as.

En van de liefde verbleekt het rood
Tot de smetteloosheid van het kind —
Er is een zuiverheid van de dood
Die reeds in het leven begint.


schrijver
Schrijver: Martinus Nijhoff

zondag 22 februari 2015

Rondje Amsterdam west

Donderdag 19 februari 2015: zo langzamerhand dringt het tot me door: een mens blijft niet eeuwig twintig. Dus een driepootstoeltje en een eenpootstatief in de fietstas gestopt. Gedwongen door wegopbrekingen fiets ik door nauwelijks gekende straten op weg naar het Westerpark. De IJsvogels van de Nemo-tuin op Nut en Genoegen zijn niet aanwezig, maar ik vermaak me met de andere vogels. Op begraafplaats Sint Barbara zit echt helemaal niks, vergeleken met de Nieuwe Ooster is het maar een armzalig zootje. Zand en verzakte straatstenen, door zand besmeurde zerken. Sam Klepper ligt veilig onder gepolijst rood graniet van vijftien centimeter dik. Op de parkeerplaats staan twee net aangekomen busjes, met jonge mensen in landmachtkledij en een andersoortig uniform ernaast. De dode is er nog niet.
Op pijp 8 van de Hemcentrale zit de man Slechtvalk. De wind blaast de uitgebraakte damp snel weg, en daar verschijnt valk twee. Hij blijft sur place hangen op de wind, een mooi gezicht. Op de foto's blijkt het later om Slechtvalkman LU te gaan, geboren op de Hem in 2014 en kennelijk nog niet verhuisd. Er missen een paar handpennen, wellicht is dat de reden voor zijn langere verblijf. Hij wordt gedoogd, en volgens mij krijgt hij zelfs af en toe een prooi van zijn ouders toegespeeld. Ik ben  benieuwd hoe hij zich gaat gedragen tegenover het nieuwe broedsel. Gaat hij meehelpen met de opvoeding?
Na een tocht tegenwinds beland ik bij het Afvalenergiebedrijf. Onderweg heb ik een poosje op mijn stoeltje gezeten om een broodje te eten, toegeroepen door een hardloper: lekker even uitrusten? Ja, fijn even in het zonnetje zitten kijken naar een stelletje Kuifeenden. Als je maar gewoon gaat zitten vluchten ze niet voor je weg. Op het rooster van de nestkast in pijp twee zit vrouw Slechtvalk fors te wezen. Ze springt af en verdwijnt naar zuid. Na een minuut of wat is ze weer terug, zonder prooi, en landt op het dak van de schoorsteen. Het terrein ernaast wordt zo te zien bouwrijp gemaakt, het zal wel goed gaan met de afvalverbranding. De auto's van de werknemers staan nu in de brede berm van de weg, daar waar ik een paar jaar geleden de beschermde Gevlekte rietorchis ontdekte. Tja, de vooruitgang hè.
Via het Geuzenbos, waar ik even ga zitten, onder de nieuwe Westrandweg door naar de Bretten. Ik kom hier nauwelijks meer, te veel herinneringen aan de rust die er eerst heerste. Op het Brettenpad kom ik een groepje Staartmezen tegen, en vóór de wind sjees ik de tien kilometer naar huis.

Boomkruiper met insektje


Grote bonte specht

Kuifeend


Slechtvalk




Torenvalk
Slechtvalk AEB

Staartmees

zaterdag 21 februari 2015

Niks aan

Zondag 15 februari 2015: er is zon beloofd en er schijnt ook zon. Op de pont zet ik mijn meegenomen muts al op en fiets verder door Noord. Deze route heb ik in gedachten in stukken verdeeld: van mijn huis naar de pont, over de grachten; dan het tochtje over het IJ; daarna een niks-aan stuk over de Meeuwenweg en aansluitend door het Vliegenbos; vervolgens een leuk stukje Nieuwendammerdijk en na de afslag achter de tweede kerk over de Beemsterstraat door Tuindorp Nieuwendam. En dan eindelijk Waterland. Het is nevelig en er zijn alleen ganzen, op een Grote Zilverreiger na. Plasdras IJdoorn herbergt echt helemaal niks, het water staat veel te hoog. Even verderop tuur ik zuidwaarts en zie heel in de verte de door mij begeerde Flamingo's. Heel erg in de verte, en tegen de zon in ook nog. Op de terugweg stop ik bij een geparkeerde auto, gevuld met verwarmde verwende auto-vogelaars. Over mijn verstijfde lippen komen de woorden nauwelijks hoorbaar tevoorschijn.

Blauwe reiger
Brandganzen


Flamingo's
Grote Zilverreiger


Smient


Stormmeeuw

maandag 9 februari 2015

Steels stappen

Zaterdag 7 februari 2015: het is even wennen. Negen dagen zon, en dan nu mottige nevel. Als we bij de Ronde Hoep de auto uitstappen is het wel koud, maar het waait niet, zoals daarginder waar windkracht zes door de bergen trok. De hele polder is te overzien, en door de telescoop tel ik maar liefst negentien buizerden. Geen velduilen jammergenoeg. Verderop zompen we Waverhoek rond, op het water ligt nog ijs, en op dat ijs staan bergeenden en ganzen. Soms is het wat minder grijs, dan krijgt de zon een kans, maar de hemel is voornamelijk bedekt. Geen baardmannetjes, wel prooiresten van een slechtvalk en twee van een havik: twee kokmeeuwen en een kievit. Plumofiel T. laat me raden naar de veren van de laatste, in drie keer goed.
Iets spannends is er tot nu toe niet geweest, gelukkig is er koffie. In de Middelpolder zoek ik zorgvuldig de rietkragen af, langzaam speurend met de kijker, en daar waar ik het niet verwacht zie ik hem, de roerdomp. Vlakbij over het water, op een meter of tien. Met het blote oog is hij niet te ontdekken. Zwaaiend trek ik de aandacht van T. die zijn telescoop 120 meter terug heeft opgezet. Wat moeizaam door het vele riet maken we foto's van de heimelijke reiger. Door de telescoop zie ik hem uiterst traag wat stappen naar achteren en opzij zetten, zijn grote ogen af en toe op ons gericht. T. heeft hem nog nooit zo dichtbij gezien.
Zondags is er een parkeerplaats vrij voor de deur. Ik haal mijn auto op en maak de automatten eens schoon. Er komt een flinke lading opgedroogde klei van de vloer.

Bergeenden
Grauwe ganzen


Kokmeeuwresten, prooi van havik

Kokmeeuwresten, prooi van slechtvalk

Roerdomp