dinsdag 7 januari 2014

Amsterdamse Sneeuwgorzen

Dinsdag 7 januari 2014: je moet er wat voor over hebben. Eerst drie kwartier op de fiets met flinke wind, en dan meer dan een half uur richtingloos struinen over een schiereiland dat ooit een woonwijk van IJburg moet worden, maar nu nog een berg opgespoten zand is met opgeschoten wilgen aan de rand en wat begroeiing op de hoogvlaktes. Centrumeiland. Gisteren heb ik in Frankendael een vogelaar gesproken die er net geweest was en Sneeuwgorzen had gezien. Nu ben ik er, maar ik zie ze niet. Wel een Zwarte kraai, en terwijl ik die op de foto zet zie ik uit mijn ooghoek een bundeltje witte vlekken opvliegen. Daar zijn ze! Het volgende half uur houden ze me bezig, ze vliegen geregeld een heel eind verder en gelukkig kan ik ze volgen met mijn kijker. Het eiland is zeer kaal. Heel af en toe komt de zon door een kier in de bewolking en komen de kleuren van de gorzen tot leven.
Thuis ontdek ik dat een van de sneeuwgorzen geringd is. De vraag is door wie.

Zwarte kraai
Sneeuwgorzen








Ooievaars in Amsterdam

Maandag 6 januari 2014: ik ga voor de Waterral naar Frankendael, een park in Amsterdam-oost, en ik kom met Ooievaars terug. Twintig minuten stevig fietsen, met de zon in het gezicht. Dóórfietsen want straks is hij weg. De zon. De waterral gaat er de hele winter zitten, in Frankendael. Dat doet ie al jaren, en hij is inmiddels de knuffelral van Amsterdam geworden. Het park fiets ik een stukje in, dat mag niet en ik word opgewacht door twee heren in een geelgroen fluoriserend jasje. Omdat ik wéét dat het niet mag en voor het bruggetje ben afgestapt, wordt het vergrijp door het gezag door de vingers gezien.
Ondanks dat het de warmste 6e januari sinds 1901 is raken mijn handen toch onderkoeld. De waterral vertoont zich niet. Wel zweeft de ooievaarsfamilie door de lucht, een prachtig gezicht. Vader, moeder en drie kinderen. Ze strijken neer in de plas en kijken niet om naar de vele Turkse platte broden en  stokbroden die op een rieteiland zijn geworpen door buurtbewoners. Je kunt er een winkel mee beginnen.
Op de terugweg zie ik in de binnenstad nog een ooievaar, op de hoek van de Prinsengracht en de Reguliers.

Ooievaars









Blauwe reiger
Krakeend vrouwtje
Krakeend mannetje
 

maandag 30 december 2013

Kleine Burgemeester

Zondag 29 december 2013: eind december grossiert in mooie dagen. De ochtendstond heeft een Goudvink in de mond. Volop zon, al beuken de golven op de pier. Het is hoogwater en de hoeveelheid scheermessen op het strand is groter dan ik ooit gezien heb. Goed eten voor de groep van misschien wel duizend Drieteentjes, die door zondagse honden steeds worden opgejaagd. De meeuwen zitten op zee en ik geef de gedachte de Kleine Burgemeester te zien maar op. Het is nog lang geen laagwater. Dan maar eens op zoek naar de Kuifaalscholver. Op de pier is het druk, met wandelaars en vissers. Hier en daar zie ik rijtjes gullen op het beton liggen, sommige schokken nog van leven. Zinloos kwellen. Na de bocht wordt het menens, de doppen moeten op de kijker en mijn camera houd ik goed uit de wind. Golven spatten uiteen op de pier en slaan er soms overheen, ik prijs me gelukkig met mijn wind- en waterdichte kleding en schoenen. Bij het vuurtorentje weet een golf zes zeven meter hoog boven de pier te komen, een enorme waterhoeveelheid spoelt over de kop. Ik sta op afstand Drieteenmeeuwen te fotograferen, die in het woelige water proberen te vissen. Op de terugweg krijg ik twee echte golven over me heen, jammer genoeg heb ik mijn capuchon niet op. Wel een muts.
Richting strand controleer ik de meeuwen op zee, geen kleine bur. Dan strijkt vlakbij nog een meeuw neer, ik grijp mijn kijker en laat hem meteen weer vallen. De Kleine Burgemeester komt er goed op te staan. Het is hem hè, zeggen twee vogelaars die me zien kijken. Ja, het is hem.

Goudvink

Drieteenstrandlopers









Drieteenmeeuw


Drieteenmeeuw eerste winter




Oeverpieper

Paarse strandloper


Steenloper


Kleine Burgemeester eerste winter