Maandag 6 januari 2014: ik ga voor de Waterral naar Frankendael, een park in Amsterdam-oost, en ik kom met Ooievaars terug. Twintig minuten stevig fietsen, met de zon in het gezicht. Dóórfietsen want straks is hij weg. De zon. De waterral gaat er de hele winter zitten, in Frankendael. Dat doet ie al jaren, en hij is inmiddels de knuffelral van Amsterdam geworden. Het park fiets ik een stukje in, dat mag niet en ik word opgewacht door twee heren in een geelgroen fluoriserend jasje. Omdat ik wéét dat het niet mag en voor het bruggetje ben afgestapt, wordt het vergrijp door het gezag door de vingers gezien.
Ondanks dat het de warmste 6e januari sinds 1901 is raken mijn handen toch onderkoeld. De waterral vertoont zich niet. Wel zweeft de ooievaarsfamilie door de lucht, een prachtig gezicht. Vader, moeder en drie kinderen. Ze strijken neer in de plas en kijken niet om naar de vele Turkse platte broden en stokbroden die op een rieteiland zijn geworpen door buurtbewoners. Je kunt er een winkel mee beginnen.
Op de terugweg zie ik in de binnenstad nog een ooievaar, op de hoek van de Prinsengracht en de Reguliers.
 |
| Ooievaars |
 |
| Blauwe reiger |
 |
| Krakeend vrouwtje |
 |
| Krakeend mannetje |