zondag 16 november 2014

Een roestplaats vol Ransuilen

Vrijdag 17 oktober 2014: als we het pleintje op komen rijden zie ik er al een paar als silhouet in een boom zitten: Ransuilen. Voor de bewoners van het plein zijn het dagelijkse vogels, ze horen er helemaal bij. Vogelliefhebbers zoals mijn maatje kunnen er geen genoeg van krijgen. We stappen uit en hebben geen haast onze camera's in te stellen, de uilen blijven toch wel zitten. Als ik het pleintje rondloop en alle bomen inspecteer tel ik er negen, ze zitten soms erg verborgen tussen de bladeren.  Het is alweer drie jaar geleden dat ik hier voor het eerst en het laatst was. Aan het begin van elk nieuw jaar zijn de uilen altijd weer verdwenen.
Op ons rondje Waverhoek, een plas-dras gebied, horen we Baardmannetjes. Ik vind een Kleine vuurvlinder in de regen. Omdat we erg geduldig wachten en goed opletten lukt het me een paar Baardmannetjes, Baardmezen zegt mijn maatje, op de foto te zetten, ze waaien haast uit beeld.
Een jagende Slechtvalk vliegt hoog over.

Ransuil






Kleine vuurvlinder
Baardmannetje


Slechtvalk

Aaibare Kwak

Maandag 25 augustus 2014: nu ik dan toch in Bloemendaal ben wandel ik naar de vijver waar een jonge Kwak zich nu al een dag of veertien ophoudt. Hij loopt rond de vijver op zoek naar beweging onder het kroos en vliegt terwijl ik naar een Blauwe reiger kijk over het water naar de andere kant. Jammer, net gemist. Een hondenbezitter weet van alles over hem te vertellen en het volgende vind ik in de Vaderlandsche letteroefeningen:

Natuurlyke historie van den kwak.

(Volgens den Heer de Buffon.)

De Kwak heet in 't Latyn Nycticorax, in 't Hoogduitsch Nacht-rab, in 't Engelsch Nigt-raven, in 't Fransch Bihoreau. De naam van Nagtraaf schynt deezen Vogel ge-
geeven naar het vreemde gekras, of liever het schriklyk en droevig geluid, 't welk hy nagts slaat: want dit is de eenige overeenkomst, welke de Kwak met een Raaf heeft: in gedaante en houding gelykt hy na den Reiger; doch verschilt van denzelven hierin, dat hy veel dikker en gevoeder Hals, veel grooter Kop, en een min scherpen Bek hebbe, ook is hy veel kleinder, slechts omtrent twintig duimen in de langte haalende.
.....
Over dag houdt de Kwak zich verborgen, en komt met het vallen van den avond eerst te voorschyn, wanneer hy zyn onbevallig geluid Ka, Ka, Ka laat hooren, 't welk Willughby vergelykt by 't geluid 't welk iemand slaat als hy moet braaken.

jonge Kwak





Blauwe reiger

woensdag 12 november 2014

Zonnebril, muts en wanten voor de Grote pieper

Dinsdag 11 november 2014: half 9: een zak Twixen ligt klaar voor Sint Maarten, en ik laat een vriendin weten dat ik naar buiten ga en niet ga sporten. Zonnebril op en recht tegen de zon in. Op de Zeeburgerdijk gaat de bril af en mijn muts op. Gelukkig heb ik mijn wanten al aan, want de mist is koud. Op de Schellingwouderbrug vraag ik me af waarom ik dit doe, het zicht is misschien tweehonderd meter. Bij de kleine rotonde staan vier politiewagens, met een sliert auto's op de weg uit Noord. Er scheurt een auto langs me heen, Waterland in. Hij moet er vast niet zijn.
Op de eerste de beste leeggehaalde akker zie ik maar liefst zeven Fazanten, mannetjes. Langzaam peddel ik richting Zunderdorp, ik moet in de Volgermeer zijn, een afgedekte gifbelt waar natuur zonder bomen ligt. Een Blauwe reiger heeft beet, een flinke voorn geloof ik. Groepen ganzen grazen de weilanden leeg, ertussenin tientallen Wulpen. Ver weg in de mist zit een Buizerd op een hek, als hij gaat vliegen gaan honderden Kieviten de lucht in. Op de foto zie ik dat hij een merkwaardig uitgegroeide snavel heeft.
Op de ruige vlakte van de Poppendammerweeren, wat een prachtige naam, ga ik op het enige bankje zitten, in de mist en de wind maar op de top van de heuvel, en maak koffie. Af en toe hoor ik gepiep, en ik speel de roep van de Grote pieper nog eens af, om in te prenten. Lager dan de Graspieper, maar wat ik hoor zijn Graspiepers. Als ik de heuvel afloop verschijnt er een jagende Torenvalk, bij een zoveelste duik heeft hij beet, een veldmuis. Terug bij het bankje zie ik een bekende opdoemen. We wachten op de Grote pieper en hebben het koud. Als hij vertrekt begint de zon door te breken. Ik blijf, want ik wil een bewijsplaatje van het beestje dat wij door zijn geluid als Grote pieper definieerden.
Samen met een hernieuwde bekende struin ik de buurt af. We zien de Grote pieper, maar in tegenlicht. Inmiddels is de lucht blauw. Een volgende poging in dit waterrijke gebied levert nog twee Roodborsttapuiten op maar na zes uur buiten wil ik naar huis. De pont van de Meeuwenlaan komt op een andere plaats bij het CS aan, het aanleggen duurt lang.
De zak met Twixen is niet aangebroken.


Fazant

Blauwe reiger met voorn


Buizerd in mist





Wulpen in de mist
duikende Torenvalk

prooi is een veldmuis



Brandganzen
Grote pieper
Roodborsttapuit

Roodborsttapuit heeft insekt


donderdag 18 september 2014

Amsterdamse Bos

Woensdag 17 september 2014: het ultieme nietsdoen is voor mij een beetje rondkijken op de fiets, in de zon. Kijker en camera mee, een driepootje en wat te eten en te drinken. Laat de geest maar waaien.
Op de Koenenkade in het Bos wordt het fietspad ingenomen door drie forse auto's. In het rietveld loopt een man achter een maaimachine, drie mannen kijken toe. Als ik het uitkijkplateau nader vliegt er een witgatje of oeverloper weg. Ik installeer me op het plateau en geniet in de zon van de rust. Niet lang, want er gaat weer gemaaid worden. Tamelijk hoog zwiert een havik rond en glijdt dan weg naar het zuiden, op jacht. Met een rauwe kreet vertrekt een verstoorde blauwe reiger naar een plas verder weg van het lawaai. De maaier zwaait naar me. Niks geen "Sikkels blinken, sikkels klinken, ruischend valt het graan". Ik vraag me af hoe de wereld toen klonk.
Als de maaier even ophoudt geniet ik weer van de rust. Relatieve rust, want de Buitenveldertbaan is volop in gebruik. Na een kop koffie peddel ik verder en loop een stuk met de fiets aan de hand, speurend naar een visarend. Overal vliegen libellen, het is warm.
Onder de bomen is het koel fietsen, en zo beland ik in het Schinkelbos, dat voor 90 procent uit veld bestaat. Opzij van het pad staat een jonge reiger, hij heeft een veldmuis te pakken. Van dichtbij mag ik toekijken hoe hij de muis in drie happen naar binnen werkt. Buizerden spiralen roepend in de lucht en een torenvalk zoekt biddend naar muizen. Ik ga er maar weer even bij zitten. Een oude man met een flonkerend filmsterrengebit vraagt mij of hij zó óók naar Amsterdam kan en wijst naar Aalsmeer. Ik denk dat zijn scootmobiel dat niet aankan.
Dieper in het veld vind ik paapjes, mijn dag is weer goed. Op de terugweg kruist een kleine egel mijn pad.

Oogstlied

A.C.W. Staring


                Sikkels klinken;
                Sikkels blinken;
        Ruischend valt het graan.
Zie de bindster gaâren!
Zie, in lange scharen,
        Garf bij garven staan!

                't Heeter branden
                Op de landen
        Meldt den middagtijd;
't Windje, moê van 't zweven,
Heeft zich schuil begeven;
        En nog zwoegt de vlijt!

                Blinde Maaijers;
                Nijvre Zaaijers,
        Die uw loon ontvingt!
Zit nu rustig neder;
Galm' het mastbosch weder,
        Als gij juichend zingt.

                Slaat uwe oogen
                Naar den hoogen
        Alles kwam van daar!
Zachte regen daalde,
Vriendlijk zonlicht straalde
        Mild op hal en aar.
 
 
Havik
Blauwe reiger

Boomvalk

Sperwer
Paardenbijter

Blauwe reiger met veldmuis


Torenvalk
Kuifeend
Paapje

Hooibeestje
Tjiftjaf
Egel