donderdag 19 maart 2015

Slechtvalken op een kraaiennest

Dinsdag 16 en woensdag 17 maart 2015: de Slechtvalken die ik gewoonlijk zie zitten op hoge schoorstenen en televisietorens en broeden in nestkasten op een laag grind. Slechtvalken bouwen zelf geen nest, ze leggen hun eieren op wat steentjes op een hoge plek. Dit paartje broedt op een gekraakt kraaiennest in een hoogspanningsmast. Dat doen ze al jaren, met matig succes omdat de nesten meestal van inferieure kwaliteit zijn en de eieren en kleine jongen overboord vallen. Toch zijn er afgelopen vier jaar drie jongen uitgevlogen. Dit keer lijkt het een deugdelijk bouwsel te zijn.
Ik heb een opvouwbaar krukje in mijn fietstas meegenomen, want het is een doorgaans saaie aangelegenheid, Slechtvalken observeren. Als je de foto's ziet zou je er anders over kunnen denken, maar het kan een tijd duren voor er wat actie is. Dinsdag duurt het ruim een uur, maar dan krijg ik ook waar voor mijn geld (want tijd is geld). Het mannetje heeft al die tijd liggen broeden blijkt nu, want het wijfje komt aanvliegen om hem af te lossen. Het weer is zo mooi en ik zit zo dichtbij dat het me lukt om de oranje ring van het mannetje goed te fotograferen. Thuis kan ik hem aflezen. Hij blijkt niet zo ver van zijn geboortegrond te zijn, want hij is in 2008 geboren op een schoorsteenpijp van het Afval Energiebedrijf. Ook is een deel van de ring van het wijfje te lezen, vrijwel zeker komt ze uit Belgiƫ. Precieze plaats en datum vergen nog wat onderzoek.
Op woensdag zit ik drie uur op een vissersstoeltje, met rugleuning. Er komt een Sperwer hoog over maar dat is het dan ook voor lange tijd. Dan komt er een Slechtvalk aanvliegen die ergens gaat zitten waar ik het niet verwachtte. Hij blijkt dan ook een jonge, ongenode gast te zijn, die door het broedende wijfje op een bondige manier naar elders wordt begeleid. Wat later komt het territoriale mannetje zijn vrouw een hapje brengen, een onduidelijke onthoofde vogel. Onder geroep neemt ze het in ontvangst en vliegt er een rondje mee voordat ze eraan begint te kluiven. Een kwartier later maakt ze voldaan haar snavel schoon.
Ook voldaan stap ik op de fiets naar huis.

wijfje Slechtvalk



mannetje Slechtvalk



2e kalenderjaar Slechtvalk
mannetje brengt prooi




vrouwtje vliegt weg met de prooi

en landt weer




Landje van Geijsel

Dinsdag 10 maart 2015: net op tijd lees ik mijn mail en ik bel: T. steekt net zijn linkerarm in de mouw van zijn jas om naar het landje van Geijsel te fietsen, bezuiden de Ouderkerkerplas. Ik bied een ritje met de auto aan en dat is niet aan dovemansoren gezegd. Het landje staat weer plas-dras, fijn voor de Grutto's die terugkeren uit hun winterverblijven. Er staan veel vogels te rusten, maar niet dichtbij. Met de telescoop zoeken we de gemelde Zomertaling, maar helaas. Tja, vogels vliegen. Na een paar uurtjes kijken, praten en koffiedrinken vertrekken we richting Middelpolder. We zien er buitelende Kieviten en baltsende Bergeenden. En T's eerste vlinder, een Kleine vos. We wandelen over het fietspad, en als we het riet afzoeken naar je weet maar nooit wat, valt mijn oog opeens op een explosief zingend bruin bolletje, dat frank en vrij een paar meter voor ons opduikt en zijn naam van holbewoner, Troglodytes troglodytes, absoluut niet waarmaakt: de Winterkoning.

Buizerd
Grutto

Winterkoning


zaterdag 28 februari 2015

Noord en Zuid in de Kop van Noord-Holland

Vrijdag 27 februari 2015: vandaag besluiten we op bezoek te gaan in Den Helder en op de weg ernaartoe te gaan twitchen. Ik ben weliswaar geen lijstjesvogelaar, maar als je er toch langs komt kun je net zo goed even stoppen. Bovendien is het een heerlijke dag.
De Hondsbossche zeewering is onherkenbaar. Waar je vroeger van het talud af, over het fietspad heen meteen op het minieme strandje stond, tussen de strekdammen waar de steenlopers zich te goed deden aan de mosselen, moet je nu over een met helm ingeplante duinenrij afdalen naar een breed strand. Het is even lopen voordat je bij het water bent. Het wrak van het Engelse slagschip de Prince George dat er in 1921 gestrand is en bij eb te zien was, ligt nu onder grote hoeveelheden zand, net als de pieren. De zandsuppletie nadert zijn voltooiing, van Camperduin tot Petten liggen weer duinen. Op de trappen bloeit het Klein Hoefblad.
In het water van De Putten huizen honderden Wulpen.
Na St. Maartenszee zet ik de auto achter een hele rij, in de berm tussen duinen en bollenland. Geelgorzen, en als we geluk hebben de Dwerggors. We hebben te weinig tijd voor geluk, maar de Geelgorzen op trek komen mooi op de foto. Ik ken deze vogels alleen uit het oosten en zuiden van het land.
In Callantsoog komen noord en zuid bij elkaar. In een perkje bij de vijver ligt een Roze pelikaan, een echte, die op een reis door Europa hier voldoende vis vond om te blijven, en in de tuintjes van de aanpalende woningen zwerft een Siberische braamsluiper die zich voedt met wat de mensen zoal ophangen. Zijn heldere oog hoeft niet lang te speuren, aan elke struik hangt een net pinda's of een vetbol.
Mijn plan om E. de Pestvogels te laten zien mislukt, zowel in Julianadorp als in Den Helder kan ik ze niet vinden. Een fiets had in Julianadorp uitkomst geboden, want de vogels blijken er later nog wel te zijn, maar om rond te lopen was geen tijd. In Den Helder zijn de vogels gevlogen.

Hondsbossche zeewering, rechts het talud
het nieuwe strand
zandzuiger de Rotterdam
links in zee het wrak van de Prince George. De Hondsbossche zoals hij ooit was
Klein Hoefblad
Wulpen
Geelgors


Roze pelikaan


Siberische braamsluiper

Turkse tortel

woensdag 25 februari 2015

Pestvogels

Woensdag 25 februari 2015: een kwartiertje in de auto en ik ben er, bij de pestvogels. Ze zitten in de kale kruin van een boom en maken belletjesgeluiden. Een mevrouw uit Badhoevedorp is er al drie uur en kan vertellen waar ze vaak zitten. Ik wacht af. Buienradar heeft nog wat zon beloofd maar dat duurt nog even en in de tussentijd maak ik alvast foto's van merel en huismus. En van het groepje pestvogels. Opeens schichten ze alle zeven tegelijk weg, uit zicht. Ik kijk even op en ben net op tijd om een wijfje sperwer te zien langsvliegen, op zoek naar een hapje. Tien minuten later ontwaar ik een pestvogel in de top van een boom honderd meter verderop, hij vliegt even later verder over de achtertuinen van een paar huizenblokken. Als ik hem gevolgd ben hoor ik belletjes in de straat die genoemd is naar Martinus Nijhoff, ik vraag me af of die ooit over pestvogels heeft gedicht. De vogels eten zich rond aan de sierappeltjes die eruit zien als kersen. En dan schijnt de zon.

Huismus

Merel
Pestvogels


Sperwer















Liedje

Er staat in mijn hart een boompje gegroeid,
De wortels zijn bloedig rood,
Maar de bloesems zijn, als het boompje bloeit,
Sneeuwwit langs de tengere loot.

's Nachts droom ik van vogels en laaiend vuur
En hoor verward gekras,
Maar een lied rijst in het morgenuur
Als een feniks uit as.

En van de liefde verbleekt het rood
Tot de smetteloosheid van het kind —
Er is een zuiverheid van de dood
Die reeds in het leven begint.


schrijver
Schrijver: Martinus Nijhoff