donderdag 8 mei 2014

Slechtvalken ringen

Woensdag 7 mei 2014: deze tijd van het jaar is nogal hectisch voor roofvogelringers, er worden veel kuikens gemeten, gewogen en van unieke ringen voorzien. Over het nut van het ringen van vogels zijn de meningen verdeeld. Ik weet niet precies wat ik ervan moet vinden, maar de aandacht die het in ieder geval genereert voor de hachelijke positie van de roofvogels in Nederland vind ik positief.
De Slechtvalken doen het de laatste paar decennia goed hier, er is voldoende hoogbouw om te broeden en er is voldoende voedsel. In Amsterdam worden drie nestkasten gemonitord, en de vier kuikens van de Hemcentrale zijn oud genoeg om vanavond geringd te worden.
Ik arriveer wat vroeger omdat ik de adulte Slechtvalken graag wil fotograferen, en het om half zeven 's avonds nog net kan omdat de zon nog wat schijnt. Ik heb geluk, er zeilt eentje op de wind, beetje hoog maar je kunt niet alles hebben. Dan verschijnt er een autootje van de beveiliging en word ik beknord omdat ik niet zomaar over het terrein mag lopen. Ik meld me bij de contactpersoon en het wachten is op de andere genodigden en de ringer. Het duurt een poosje omdat de ringer niet in één keer zijn veiligheidscertificaat haalt bij de receptie in het poortgebouw. Als je denkt dat je zomaar naar binnen mag heb je het mis.
Een paar van ons halen de kuikens op. Een stuk met de lift, een aantal trappen en dan de kooiladder, gelukkig is het er maar één, want met een helm op en veiligheidsschoenen aan, plus een rugzak op en een camera om is het lastig manoeuvreren. In het volgescheten en met prooiresten bezaaide hok klitten de vier kuikens bij elkaar. De opening naar buiten wordt afgesloten, ook al zijn de kuikens nog te klein om in paniek naar buiten te springen. Ze zijn net gevoerd en hebben volle kropjes. Een paar foto's, en dan gaan de kuikens een voor een in een stoffen tasje. Halverwege de kooiladder naar beneden krijg ik een tasje aangereikt, en met wat later een slechtvalkwijfje blijkt te zijn wandel ik naar het dienstengebouw waar de ringsessie plaatsheeft. Pa en Moe Slechtvalk vliegen gealarmeerd rond bij de kast, hun krijsen schrikt een Buizerd op die een goed heenkomen zoekt.
De ringer neemt de tijd om alle aanwezigen tekst en uitleg te geven over wat hij precies gaat doen en om vragen te beantwoorden. Dan haalt hij kuiken 1 uit zijn tasje. Er wordt van alles gemeten, de lengte van de hand (vleugel), van vleugelpen 8, van de poten lengte en dikte, en de lengte van de klauw, met en zonder nagel. Van te voren heeft het tasje aan een unster gehangen, voor het gewicht, en het eerste kuiken blijkt een flinke man te zijn. Afhankelijk van de sexe wordt er een 9 of een 11 millimeter pootring aangemeten. Vrouwtjes zijn in dit geval groter dan mannetjes. En zo passeren alle kuikens de handen van de ringer, niet zonder krijsprotest, maar een stukje van het stoffen tasje over de kop brengt de rust weer terug.
Vier gezonde slechtvalkkuikens worden weer teruggezet in hun nestkast, drie jongens en een meisje. Als we even later uit het raam kijken zien we moeder Slechtvalk al weer op het uitvliegrooster zitten.

Slechtvalk

Slechtvalkkuikens
Slechtvalkkuiken met volle krop


Westgaarde

Woensdag 16 april en maandag 5 mei 2014: af en toe bezoek ik Westgaarde in plaats van de Nieuwe Ooster. Allebei grote begraafplaatsen, maar heel anders van opzet. Westgaarde geometrisch, opgedeeld in rechthoekige vakken, met brede lanen waar je mag autorijden, maar ook wel bosachtige stukken waar de Sperwer jaagt. De Ooster is een soort Engels landschapspark dat je diverse keren moet bezoeken voordat je een beetje de weg weet. Maar op beide begraafplaatsen kun je de Groene Specht horen, en met een beetje geluk zien.
16 april ga ik kijken of ik de Iberische tjiftjaf die al een aantal dagen wordt gemeld kan vinden. Ik ben niet de enige, maar de vogel is gevlogen. Het is heerlijk zonnig, en op een bank tegenover grote grasvelden praat ik een poosje met een bekende over, ja hoe kan het anders, vogels. We verschillen van mening over de noordwesthoek van Westgaarde, wat vreemd lijkt, maar Westgaarde is niet noord-zuid gelegen, wat je ook aan de vreemde ligging van islamitische graven kunt zien. Een andere vogelaar laat me een nest van een Appelvink zien, hij zit te broeden, voorzichtig dus. Hij vertelt me dat de Beflijsters ook vandaag nog op Westgaarde zijn, dus aan het einde van de middag ga ik nog een poosje zitten wachten, met succes.
Op 5 mei fiets ik 's middags weer naar Westgaarde, ik ben benieuwd naar de Appelvink. Onderweg doe ik de IJsvogels van het Christoffel Plantijnpad nog aan, maar ze lijken niet thuis. Het nest van de Appelvink is leeg, en ik vind geen eischalen onder de boom, alleen maar poep. Kwikstaarten keren steeds weer terug naar het warme asfalt van de lanen, en springen de lucht in om insektjes te vangen. Overal zingende vogels, maar de bomen zijn vol in het blad dus ik zie er maar weinig. Op de achtergrond hoor ik het tromgeroffel dat een begrafenisstoet begeleidt. De verwilderde begraafplaatskat bekijkt me een poosje.
Thuis mail ik de vogelaar van de Appelvink. Zijn antwoord maakt me wat droevig. Het nest is waarschijnlijk verstoord, er zijn geen jongen uitgekomen denkt hij.

Buizerd
Citroenvlinder
Zanglijster
Zwartkop
Heggemus
Appelvink
Groene specht
Kapjesmorielje
Beflijster
Witte kwikstaart
De kat van Westgaarde



woensdag 7 mei 2014

De meidoorn

Donderdag 1 mei 2014: we maken 's middags nog een ommetje in de duinen, al te lang op onze krent gezeten vandaag. De aanblik en de geur van meidoorns is overweldigend, waar je ook kijkt, de meidoorn bloeit. Volgens De Natuurkalender een maand vroeger dan vorig jaar, om precies te zijn 34 dagen, precies de tijd die een slechtvalk nodig heeft om zijn eieren uit te broeden, gerekend vanaf het leggen van het derde ei. We dwalen langs de Oosterdel, - nog steeds geen krooneend, is hij misschien dood? - , dwalen over paardepaden en dwalen door ruigtes met bedwelmende meidoorns. Zittend in een late zon, hij piept onder de bewolking door, luisteren we naar het getik van een paar braamsluipers.
Bij Caprera tellen we de Canadese ganzenkuikens, zeven.




DE GESTORVENE

Zeven maal om de aarde te gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zevenmaal om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde te gaan.

Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan -
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
uit 'De Slechtvalk' (1966) van Ida Gerhardt (1905-1997)



Meidoorn

Fuut
Boomleeuwerik
Braamsluiper
Duinviooltjes
Grote Canadese gans
Meidoorn

dinsdag 6 mei 2014

Nachtegalen en Koekoek

Maandag 28 april 2014: lekker peddelend in mijn eigen tempo, ik fiets alleen, hoor ik overal nachtegalen in de duinen. Het uiteindelijke doel, want een doel moet ik hebben voor de motivatie, is een Engelse gele kwikstaart in de buurt van Parnassia. Het voordeel van alleen op pad zijn is dat ik af kan stappen als ik dat wil, en zo lang als ik dat wil. Geen gejakker, behalve bergafwaarts. Bij het inrijden van de duinen kom ik een bekende tegen die er al weer uitfietst, hij is een echte vogelaar, eentje die vroeg opstaat. Ik ben lui, en mis daardoor de ochtendconcerten. Mijn excuus is het licht: ik heb licht nodig voor de foto's.
Nachtegalen hoor je luid en duidelijk, maar zitten altijd verstopt, hoewel ik er eentje tegenkwam in Hongarije die open en bloot op een kale tak zat, een paar meter verwijderd. Hij gedroeg zich zo anders dat ik hem niet herkende. Nu gedragen de Chinese hofzangertjes zich zoals ik ze ken, heimelijk dus, maar een paar vogels laten zich toch zien, op afstand. Andere jodelaars, de grasmussen, zijn ook volop aanwezig, net als de boomleeuweriken die ik overal hoor. De radio verbleekt erbij. Dan een koekoek. Zou dat de vogel zijn met het meest herkenbare liedje? Een mannetje roodborsttapuit met een dikke spin in zijn snavel lonkt naar een wijfje, maar zij blijft op afstand.
Aangekomen op de plek van de Engelse kwikstaart scan ik met de kijker de velden, buiten 25 zwarte kraaien en een damhert is er niets te zien. Te horen zijn, hoe kan het ook anders, nachtegalen en boomleeuweriken. En een koekoek. Na een poosje zie ik hem overvliegen.Tapuiten laten zich redelijk goed benaderen, gelukkig maar want mijn missie is niet geslaagd.
Heb ik dan helemaal geen roofvogels gezien? Natuurlijk wel, baltsende en schroevende buizerden, en een jagende sperwer. Maar die zie ik altijd al, net als de merel en de koolmees.
Nu niet blasé worden zeg.

Fitis

Grasmus

Zanglijster

Nachtegaal
Kievit
Roodborsttapuit
Nachtegaal
Damhert
Koekoek

Tapuit man
Tapuit vrouw


Buizerd